Nederland draaiorgelland

Draaiorgels horen bij Nederland, net als tulpen, molens, klompen en grote waterbouwkundige werken. Vrijwel iedere toerist die ons land aandoet komt wel een keer een oer-Hollands pierement tegen.

De draaiorgels vroeger

Toch is de kans op zo'n ontmoeting al lang niet meer zo groot als vroeger. Vooral vóór de Tweede Wereldoorlog musiceerde er een veelvoud van het huidige aantal straatorgels. Zo speelden halverwege de jaren dertig alleen al in Amsterdam dagelijks meer dan dertig orgels op straat. In veel andere steden, vooral in Rotterdam, waren het er niet veel minder. Deze orgels trokken vaak honderden luisteraars.

Arabier.jpg (27923 bytes)

75-T straatorgel "de Arabier". eig. fa. G. Perlee  

Maar niet alleen op straat hoorde men draaiorgels. Ook op de kermissen speelden er vele. Bijna iedere vermaakszaak had er een. Het klankkarakter van deze kermisorgels verschilde aanzienlijk van dat van de straatorgels, vooral omdat de meeste kermisorgels in Duitsland werden vervaardigd.

ruth_zwe.gif (52750 bytes)

96 ts kermisorgel "Zweedse Ruth", model 38. gebouwd in 1908 door A. Ruth u. Sohn in Waldkirch. eigenaar: G. Vader, Kolhorn

Daarnaast hadden veel hotels, cafés en dansgelegenheden een speciaal danszaalorgel of orchestrion binnen hun muren. De orgelloze etablissementen huurden meestal een dansorgel bij kermissen of andere feestelijke gelegenheden.

Paashuis.jpg (25925 bytes)

101-toets Mortier dansorgel "Paashuis"  Nat. Museum van Speelklok tot Pierement Utrecht 

Met hun marsen, walsen, opera- en operettearia's waren draaiorgels populaire instrumenten, waarbij vaak tientallen en soms honderden luisteraars te vinden waren. 

Ontwikkeling na 1940.

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog veranderde dat beeld. Vanaf 1942 mochten er geen orgels meer op straat spelen en ook kermissen waren verboden. De algemene waardering voor en de sfeer rond het draaiorgel, zoals die vóór de oorlog waren, kwamen na de bevrijding niet terug.

In de toen volgende periode nam de invloed van radio en grammofoon snel toe, waardoor ieder zijn "eigen" muziek in huis kon halen. Hetzelfde gold voor vermaakszaken. In veel steden werd het aantal vergunningen om een draaiorgel op straat te mogen exploiteren verminderd. Ook de inkomsten van de orgelexploitanten liepen sterk terug, onder meer door de toenemende hoogbouw. Bovendien waren veel straatorgels door achterstallig onderhoud en het lange stilstaan tijdens de oorlog in een slechte conditie komen te verkeren.

Op de kermis werden veel orgels vervangen door geluidsinstallaties. Die waren minder kostbaar in onderhoud en ook veel eenvoudiger te verplaatsen. Bovendien kon door het regelmatig aankopen van nieuwe grammofoonplaten het repertoire steeds volkomen up-to-date worden gehouden.

Een vergelijkbare gang van zaken voltrok zich in de danszalen en cafés. Waarom een groot instrument in stand houden (sommige orgels besloegen een hele wand en namen dus veel ruimte in) als de benodigde muziek ook gemaakt kon worden door middel van een grammofoon en een paar boxen, nietwaar? Ook de juke-box (heden ook al doel van verzamelaars!) was een populair alternatief.
Zo gebeurde het, dat kapitale instrumenten op non-actief kwamen te staan, soms gesloopt werden of domweg ergens buiten werden gezet, zonder enige bescherming tegen weersinvloeden. Veel prachtige orgels zijn op die manier verloren gegaan.

Aanleiding tot de oprichting van de KDV.

Terwijl in Nederland de belangstelling voor draaiorgels verminderde ging men in het buitenland steeds meer de grote kunstzinnige en culturele waarde van deze automatisch spelende muziekinstrumenten beseffen. Dat leidde ertoe dat diverse schitterende en onvervangbare orgels naar het buitenland werden verkocht, aanvankelijk vooral naar de Verenigde Staten en Engeland, maar later ook naar andere streken, met name naar Japan.

Veel draaiorgelliefhebbers, gehecht als zij waren aan deze instrumenten, verdroot die gang van zaken en menigeen vroeg zich dan ook af of de stroom van vertrekkende orgels niet kon worden ingedamd. Nadat in verscheidene steden enkele enthousiastelingen zich al min of meer verenigd hadden, werd in mei 1954 de Kring van Draaiorgelvrienden  (KDV) opgericht. Door zich landelijk te verenigen en allerlei activiteiten te ontplooien hoopte men het draaiorgel zijn plaats in de Nederlandse samenleving te laten behouden.


Doelstellingen en werkzaamheden van de KDV.

De vereniging stelt zich ten doel het wekken van belangstelling en liefde voor het draaiorgel, het zorgdragen voor het behoud van het draaiorgel en al hetgene dat hiermede historisch of anderszins verband houdt, alsmede het verhogen van het muzikale peil en het aanzien van het draaiorgel als folkloristisch muziekinstrument (artikel 3 van de statuten). In de loop van haar ruim veertigjarig bestaan is vanuit de KDV een groot aantal initiatieven genomen om zoveel mogelijk van de draaiorgelfolklore voor Nederland te behouden:

Kwartaalblad.

Zo geeft de KDV een uitstekend verzorgd kwartaalblad uit: Het Pierement. In dit blad wordt aandacht besteed aan allerlei actuele, historische, technische en muzikale zaken rondom het draaiorgel en andere mechanische muziekinstrumenten. Men vindt er informatie over literatuur die met automatische muziekinstrumenten te maken heeft en over nieuw verschenen geluidsopnamen. Uiteraard nemen actuele en historische foto's een belangrijke plaats in Het Pierement in. Voorts wordt de lezer geïnformeerd over musea en verzamelingen in binnen- en buitenland waar zich automatisch spelende muziekinstrumenten bevinden. Daarnaast worden de liefhebbers op de hoogte gehouden waar in Europa draaiorgelmanifestaties worden gehouden.

hp.gif (30783 bytes)

Orgelevenementen.

Het organiseren van deze draaiorgelshows is een belangrijk onderdeel van het werk van de KDV. Aan zulke evenementen wordt doorgaans deelgenomen door acht tot twintig orgels, zo mogelijk van zoveel mogelijk soorten en merken. Het initiatief voor het houden van een draaiorgelmanifestatie gaat in het algemeen uit van winkeliersverenigingen, feestcomité's en anderen. Het uitnodigen van de orgels en de technische verzorging is dan in handen van de KDV. Draaiorgelmanifestaties trekken iedere keer weer talloze bezoekers.

Museum.

Een KDV-initiatief met vèrstrekkende gevolgen was de oprichting van het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement te Utrecht. Klein en met beperkte middelen begonnen is dit museum in de loop der jaren zowel kwalitatief als kwantitatief absoluut toonaangevend geworden in de gehele wereld. Door de gestage groei van de collectie moest het museum al tweemaal verhuizen. Sinds 1984 is het gevestigd in de Utrechtse Buurkerk.

 

Leon Warniesstichting.

In 1964 werd vanuit de KDV de Leon Warniesstichting opgericht. Deze stichting is genoemd naar de Belg Leon Warnies, die in 1875 als eerste een draaiorgelverhuurbedrijf begon in Amsterdam. Warnies wordt beschouwd als de grondlegger van de typisch Nederlandse straatdraaiorgelcultuur. Tot op de dag van vandaag zijn nazaten van Leon Warnies actief in de vaderlandse draaiorgelwereld. Zowel de bekende draaiorgelverhuurder Gijs Perlee als zijn volle neef en collega Henk Möhlmann waren kleinzoons van Leon Warnies. De achterkleinzoon Leon van Leeuwen zet sinds enige jaren het bedrijf in de Westerstrtaat voort.

De Leon Warniesstichting geeft financiële steun aan stichtingen die tot doel hebben een of meer draaiorgels voor Nederland te behouden en deze te (laten) restaureren.

Erkenning van het draaiorgel.

Ondanks de inspanningen van de Kring van Draaiorgelvrienden en de Leon Warniesstichting is er de laatste jaren toch nog een flink aantal orgels naar het buitenland verdwenen. Verscheidene van deze instrumenten zijn zo, door gebrek aan deskundige behandeling en vaak ook door slechte klimatologische omstandigheden ter plaatse, op non-actief komen te staan en in sommige gevallen volkomen in verval geraakt. Deze wetenschap en de angst voor het vertrek van nog meer waardevolle orgels heeft het bestuur van de KDV een aantal jaren geleden contact doen opnemen met het ministerie van WVC om te onderzoeken of draaiorgels, op de een of andere manier, als roerende cultuurmonumenten en cultureel erfgoed, wettelijke bescherming tegen uitvoer zouden kunnen krijgen.

Tot grote vreugde van zeer veel draaiorgelliefhebbers heeft de minister van WVC in 1992 inderdaad een vijftal orgels geplaatst op de lijst van onvervangbare cultuurgoederen, een lijst die wordt gehanteerd in het kader van de Wet op het Cultuurbehoud uit 1985. Door deze ingreep wordt dit vijftal, waaronder Nederlands bekendste straatorgel "de Arabier", nu beschermd tegen uitvoer.

 

Bestuur van de Kring van Draaiorgelvrienden

De KDV heeft tussen de 1400 en1500 leden in binnen- en buitenland. Het is de op een na grootste vereniging ter wereld van belangstellenden in automatische muziekinstrumenten.

 

Voorzitter:

Secretaris 1:

Secretaris 2 / PR-manager:

Penningmeester:

Ledenadministratie:

Evenementenorganisatie:

Stand- en postorderverkoop:

Documentalist:

Vicevoorzitter / redactie netpagina's:

W.F. Snoerwang

D.A. Warnies

M. Hage

H.G.C.M. Voerman

H. Meddeler

drs. H. Hiddinga

A.J. Meijer

P. C. van Aken

drs. J. van Oost

pagina bijgewerkt 13-03-2008