Wellershaus
kermisorgel in kindercaroussel. Een van de weinige kermisorgels dat zijn eigen
plaats nog inneemt!
|
Terwijl
de meeste straatdraaiorgels in Nederland van Franse of Belgische afkomst zijn, werden de
meeste Nederlandse kermisorgels in Duitsland gebouwd: in Mühlheim-Saarn door de gebr.
Wellershaus, in Düsseldorf door de gebr. Richter, en vooral in Waldkirch, waar drie
firma's Bruder (Wilhelm Bruder Sohne, de Gebrüder Bruder en Alfred Bruder) en A. Ruth u.
Sohn hun domicilie hadden. Naast deze Duitse kermisorgels was ook nog een beperkt aantal
Franse kermisorgels actief, vooral de grote 89-toets modellen van Gavioli.
Tussen 1900 en 1950 was vrijwel iedere kermisattractie voorzien van een orgel; de kleinere
exemplaren stonden in kleine caroussels, luchtschommels en zweefmolens, maar in de
gigantische attracties uit de jaren twintig en dertig, de shimmypaleizen en
autoscooters trof men de grote orgels aan, die grote delen van het licht klassieke
repertoire konden spelen. Zo droegen deze instrumenten niet alleen bij tot het genoegen
van het publiek, maar tevens tot de status van de eigenaar. |
| Kermisorgels waren bij
aflevering, in tegenstelling tot de straatorgels, goed voor hun taak berekend. Er was dan
ook nauwelijks noodzaak om ingrepen in deze instrumenten te plegen en vrijwel alle
kermisorgels zijn dan ook heden ten dage nog in de staat waarin ze destijds door de
fabriek werden afgeleverd; hoogstens werd het front aangepast om in de kermisattractie te
passen. Toen de orgels in de tweede
helft van de jaren vijftig op de kermis steeds werden vervangen door geluidsinstallaties
besloten de meeste kermisexploitanten het orgel, dat inmiddels vaak een familiestuk was
geworden, voor hun eigen genoegen te behouden. Zo hebben gelukkig de meeste van deze
waardevolle instrumenten de tand des tijds overleefd. Een aantal van deze oude
kermisorgels is nog steeds aanwezig bij orgelmanifestaties om door het publiek te worden
beluisterd en bewonderd. |