Danszaalorgels

Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd de vraag naar automatisch spelende muziekinstrumenten voor openbare gelegenheden steeds groter. Vooral in de Belgische steden verrezen de grote danspaleizen. Aanvankelijk gebruikte men dezelfde orgels als op de kermis, maar al snel werden deze instrumenten, onder invloed van de Vlaamse levenswijze en cultuur aangepast voor het gebruik in zalen. Omdat er langdurig naar deze orgels werd geluisterd zocht men afwisseling in klank door het inbouwen van veel solo-registers.

mort1.gif (35375 bytes)

een klassiek Mortier-danszaalorgel van voor 1914.  Na verkleining in de jaren '50 deed het dienst als straatorgel.

Antwerpen werd het centrum van de dansorgelbouw, met als grootste bedrijf de firma Th. Mortier, gevolgd door een groot aantal kleinere werkplaatsen en handelaren zoals van Steenput, Decap, Bursens en Hooghuys. De jaren '20 waren de glorietijd voor deze orgels, die er soms spectaculair uitzagen. Met fronten van soms 8 bij 6 meter besloegen zij vaak de gehele achterwand van de danszaal. Het kwam regelmatig voor dat de orgelbouwer bij een bestelling voor een nieuw te bouwen orgel eerst de achterwand van de zaal liet opmeten en de maten van het front daaraan aanpaste. 

In de jaren '30 waren het voornamelijk danstenthouders en orgelverhuurders die nieuwe orgels lieten bouwen. Veel orgels werden, zo groot als ze waren, van de ene plaats naar de andere gesleept om dienst te doen in café's als er dansmuziek moest worden gemaakt ter gelegenheid van de kermis of andere feesten. 

mort2.gif (66145 bytes)

een Mortier-dansorgel uit de jaren '30, laag gebouwd om in een reizende danstent te passen.

De tweede wereldoorlog maakte aan deze activiteiten een einde. Na deze oorlog was er nog een kleine opleving in 1947- 48, maar daarna werden geen grote pijporgels meer gebouwd. De vraag naar kleinere orgels hield evenwel nog aan en fabrikanten als Bursens en Decap beleefden in de jaren '50 nog een bloeiperiode. Muzikaal en technisch veranderden de instrumenten met de intrede van de electronica; in de jaren '60 en '70 waren instrumenten met ingebouwd Hammondorgel zeer populair, voornamelijk in de grensstreek tussen Nederland en België. Heden ten dage worden op bescheiden schaal nog steeds dansorgels gefabriceerd; voornamelijk voor liefhebbers en verzamelaars.

Danszaalorgels werden in de jaren '60 massaal vervangen door andere geluidsbronnen, vooral juke-boxen en geluidsinstallaties. De prijzen waarvoor ze te koop werden aangeboden daalden in die tijd tot onder de prijs van sloophout. Er zijn in die tijd enorme aantallen van deze kolossale orgels gesloopt, weggegooid of simpel buiten in het weiland gezet waar ze ten onder gingen.
Ook werden veel van deze instrumenten in Nederland verkleind om dienst te kunnen doen als straatorgel.

pagina bijgewerkt 14-12-2003