Kring van Draaiorgelvrienden

Vergunning, afgegeven door de gemeente, om met een draaiorgel op de openbare weg te spelen. Merkwaardigerwijze hebben andere straatmuzikanten geen vergunning nodig.

Vibraton, dansorgelregister. In de achterzijde van de gedekte fluiten is een klepje aangebracht dat door middel van de tremulant in snel tempo wordt geopend en gesloten. In de voorzijde van de pijp zit een venstertje dat met een plaatje mica is afgesloten zoals bij een mirliton. Het effect doet in de verte denken aan een saxofoon met veel vibrato. Vanaf de jaren 1930 toegepast door Decap, later ook door Mortier.

Vioolregister, Het belangrijkste register in draaiorgels. Het bestaat uit twee tot negen (!) rijen open pijpen van nauwe mensuur, altijd voorzien van snijbaarden. In de 19e eeuw uitgevonden door de Franse orgelbouwer Cavaillé Coll, maar Gavioli kreeg er patent op. De luide boventoonrijke klank doet in de verte wat aan het strijkinstrument denken. In sommige orchestrions werden veel natuurgetrouwer vioolpijpen toegepast.

Viool céleste, ook kortweg celest, register dat bestaat uit twee of meer rijen vioolpijpen, waarvan één rij iets hoger of lager is gestemd. Het resultaat is een zacht zwevende klank, die aan een strijkorkest moet doen denken. In straatdraaiorgels veelvuldig toegepast. Celestregisters worden soms zó zwevend gestemd dat alleen kenners het nog maar mooi vinden; anderen noemen het vals.

Vleugels, zijstukken van een orgelfront, waarachter geen pijpwerk of slagwerk zit. Ze kunnen bij straatorgels worden omgeklapt.

Voetmaten, In orgels is de open pijp van C (64 Hz) vrijwel precies 8 voet lang. Daarom worden registers die overeenkomen met de toetsen van het met de hand bespeelde klavier 8-voetsregisters genoemd. Er bestaan ook registers van 4 voet, die een octaaf hoger klinken en ook 16- en 32-voetsregisters die 1 en 2 octaven lager klinken. In mixturen komen ook gebroken voetmaten voor, zoals 2 2/3 voet voor een rij pijpen die een duodecime hoger klinkt, en nog meer soorten.

Vox Humana, Voix Humaine (FR) of Menschelyke Stem is een typisch draaiorgelregister dat tussen 1900 en 1920 veel werd toegepast. Het bestaat uit een reeks tongwerken met korte schalbekers en een kleine ronde opening om het geluid uit te laten. Het sterk vibrerende geluid, vooral ook door de tremulant, deed in de verte wat aan een zanger of zangeres denken. Zeer geliefd register tussen 1900 en 1920. Draaiorgels met dit register werden ook wel “Stemorgels”genoemd.