Kring van Draaiorgelvrienden

Temperen, noemt men het onderling afstemmen van de verschillende hele en halve tonen in een orgel, zodat in meerdere toonsoorten kan worden gespeeld. De natuurkunde van de muziek laat niet toe dat alle hele en halve tonen in de ideale verhouding tot klinken kunnen worden gebracht door een instrument met toetsen. Compromissen zijn dus altijd nodig en er zijn dan ook talloze systemen bedacht om dit, in wezen onoplosbare, probleem zo bevredigend mogelijk te kunnen oplossen.

Thibouville-Lamy, Mirecourt-Paris. Thibouville was vooral een handelmaatschappij, die in een aantal eigen fabrieken mechanische muziekinstrumenten liet bouwen, o.a. piano’s, tongorgels en salonpijporgels, maar ook gitaren, violen en andere strijkinstrumenten. Veel van deze instrumenten werden in licentie gebouwd en een aantal uitvindingen van Gavioli werden exclusief door Thibouville onder zijn eigen naam gemaakt. Een deel van de maatschappij bestaat nog (Londen)

Tingeltangel, volkse naam voor een cilinderpiano in een etablissement. Later werden deze horeca- en relaxgelegenheden zelf ook wel zo aangeduid. Veel bordelen waren voorzien van zo’n tingeltangel, omdat deze instrumenten niet konden waarnemen wie de bezoekers waren.

Toetsen, aanslagpunten van een piano of orgel.

Toetsenklavier, draaiorgelklavier waarin de boeken worden afgetast door stalen lamellen die door de gaten in het boek omhoog veren en door het karton weer neergedrukt worden. Algemeen gebruikt in Nederlandse straatorgels.

Tollenbak, registercancel met platte ronde ventielen.

Tonstufen, Duitse naam voor luchtklavier.

Tooncancellen, een indeling van de windlade in kanalen die elk alle pijpen van een bepaalde toon van wind voorzien. Op de windlade moet dan een inrichting worden gemaakt die de verschillende registers in- en uitschakelt.Voorbeelden van tooncancelladen zijn de springlade, sleeplade en windlade met pi�ces de gravure.

Toverfluit, zie Piccolo.

Transponeren, een muziekstuk in zijn geheel in een andere toonsoort omzetten.

Trombone, Laag klinkende konische tongwerken, bedoeld ter versterking van de bassen. Vanwege de grote lengte zijn ze meestal verkropt in de orgelkast gebouwd. Grote trombones worden ook wel bombardons of tuba’s genoemd.

Trompetregister, Konische tongwerken, meestal van hout, in Franse kermisorgels soms van messing. Heldere licht schetterende klank. Vooral in kermisorgels en Duitse straatorgels gebruikt.