Kring van Draaiorgelvrienden

Kap, deel van het front dat boven op de middenkast staat. De kap van straatdraaiorgels is scharnierend uitgevoerd, zodat hij boven op de orgelkast kan liggen als het orgel wordt ingepakt.

Kappen noemt men het ponsen van gaten in het orgelboek, op de plaatsen die door de noteur zijn bepaald in zijn arrangement. Bij de algemeen in gebruik zijnde kapmachines wordt de notatie tijdelijk op het aanstaande boek geplakt of geschabloneerd. Daarna wordt het tegen de aanslag van de kapmachine gedrukt, waarna een beitel de gaten uiterst nauwkeurig in het boek slaat. Voor toetsenklavieren worden rechthoekige gaten gebruikt, voor luchtklavieren ook ronde. De laatste jaren zijn ook automatische kapmachines in gebruik, die rechtstreeks vanaf een electronisch bestand (op een diskette) werken. De zo gemaakte boeken zijn herkenbaar aan de langwerpige sleuven met ronde hoeken. Op een goed afgesteld klavier is het resultaat niet merkbaar; anders treden er onregelmatigheden in de muziek op.

Kattebellen is een Amsterdamse uitdrukking voor een register met de Franse naam “Gr�lotophone” of “Grillophone”. Het register bestaat uit een aantal leren riemen waarop ronde bellen met daarin een kogeltje gemonteerd zijn. Aan elke riem is een luchtbalgje bevestigd die de riemen doet schudden. Marenghi kreeg patent op deze constructie in 1914. Volgens Wieffering zouden ook veel Limonaire-orchestrophones zijn uitgerust met zo’n register. Het wordt op de platenlabels van de “Engelenkast” wel aangeduid, maar omdat er geen enkele afbeelding van bestaat zou dit wel eens het enige Nederlandse Limonaire-orgel met zo’n register geweest kunnen zijn.

Kegellade Tooncancellade met kegelvormige ventielen op steeltjes, die door een membraan worden geopend en gesloten. De platte variant wordt tollenbak genoemd.

Kettingregister Register dat niet via een registerkast in werking wordt gesteld, maar door een doorlopend gat in het orgelboek. Kettingregisters worden vaak toegepast in kermisorgels met weinig registers en een luchtklavier. De doorlopende reeks gaatjes in het orgelboek doet denken aan een ketting.

Keurders waren mensen die veel bij straatorgels te vinden waren en binnen hun eigen kring bepaalden welke orgels en noteurs goed waren en welke niet. Zij beweerden alles van draaiorgels af te weten; later bleek dit tegen te vallen.

Klarinet, register bestaande uit cilindrische tongwerken, meestal met een gedekte helper. Het getoonde model werd veel gebruikt door Gavioli-Paris. Grotere klarinetpijpen werden noal eens aangeduid als Saxophone.

Klavier, elk mechanisch muziekinstrument wordt bespeeld door middel van een klavier, bestaande uit een aantal op gelijke afstand liggende aftastpunten, door welke de daaroverheen bewegende muziekdrager wordt bewogen en afgelezen.

Krop, verbindingsstuk tussen balg en windlade, van leer gemaakt om eventuele trillingen van de balg niet door te geven aan de pijpen.