Kring van Draaiorgelvrienden

Flessenorgel, In het begin van de vorige eeuw introduceerde de Franse fabriek Gasparini een glazen alternatief voor de xylophone: de bouteillophone. Dit register bestond uit een aantal glazen flessen die op verschillende hoogte met water waren gevuld. Door aanslaan ontstond een mooie heldere toon, die wel iets van een xylophone weg had. Ook in Nederland hebben een paar “flessenorgels” dienst gedaan. Verhalen dat de flessen alcohol of zelfs jenever bevatten zijn uit de lucht gegrepen (in Frankrijk ging hetzelfde verhaal, maar dan met wijn in de flessen).

Flûte Harmonique of overblazende fluit. Orgelpijpen met een dubbele lengte. Deze worden zo geïntoneerd dat ze niet de grondtoon maar het octaaf van de pijp weergeven. Om de toon stabiel te houden wordt meestal een klein gaatje in het midden van de pijp geboord. Overblazende pijpen hebben een andere boventoonopbouw dan andere pijpen. Ze waren vooral populair in de jaren twintig van de twintigste eeuw.

Forte, letterlijk “sterkquot;. Het register met deze naam schakelt op verschillende plaatsen in het orgel pijpwerk (en soms slagwerk) in om het effect van forte te bewerkstelligen. Vooral toegepast in kermisorgels.

Frein (Harmonique) of snijbaard is een inrichting aan een pijp, bestaande uit een omgebogen metalen plaatje, dat door middel van stelschroeven zodanig in de luchtstroom bij de kern van de pijp wordt gezet dat de pijp de grondtoon stabiel geeft. Pijpen met een sterk strijkende klank, zoals viool- en cellopijpen, zijn van nature instabiel als ze op hoge winddruk moeten spelen. De snijbaard ondervangt dit probleem

Front, voorkant van een orgel, dat bij het spelen naar de luisteraar is gericht. De meeste orgelfronten zijn tegenwoordig geschilderd in heldere pastelkleuren. Vroeger waren de fronten minder kleurig, en in de 19e eeuw zelfs meestal zwart of bruin, met slechts verguldsel als ornament. In niet-verbouwde toestand zijn veel draaiorgelfronten een “visitekaartje” van de orgelfabriek, met een eigen stijl. Helaas zijn de meeste Nederlandse straatorgelfronten zodanig verzaagd en veranderd dat de oorspronkelijke stijl niet meer herkenbaar is.