Kring van Draaiorgelvrienden

De oudste vermeldingen van automatisch spelende orgels dateren uit de Renaissance. Bij enige Italiaanse villa’s werden zogenaamde waterorgels gebouwd, die aangedreven werden door water uit een omgelegde beek.
Rond 1600 bestonden er al uurwerken die gecombineerd werden met een serie orgelpijpen en die voor gebruik binnenshuis bedoeld waren. Het muzikale aspect van dze instrumenten was destijds meestal nog ondergeschikt aan de bewegende voorstellingen die ingebouwd waren. Het waren unieke stukken, gebouwd voor vorsten die er indruk mee maakten op hun buitenlandse collega’s.

Net zoals bellen of speelwerken werden orgels ook vaak in uurwerken gebouwd; men spreekt dan van Fl´┐Żtenuhren. Deze werden van oudsher op vele plaatsen in Europa vervaardigd. Later, in de 19e eeuw, kwam het zwaartepunt van de productie in het Duitse Zwarte Woud te liggen.

De geschiedenis van de met de hand gedraaide orgels begint met het kanarieorgel of serinette. Deze vrij primitieve instrumenten werden vanaf het eind van de 17e eeuw vervaardigd om allerlei vogels aan te zetten tot het fluiten van een bekend wijsje. Voor grotere vogels werden de varianten “Pionne” (voor merels) en “Perroquet” (voor papegaaien) gemaakt. Vermoedelijk zijn de straatdraaiorgels uit deze instrumenten ontstaan.

Vanaf het eind van de 18e eeuw verschenen steeds meer draaiorgels in de straten van Europese steden. Ze werden vooral gebruikt om de aandacht van het publiek te trekken; in combinatie met een kijkdoos, marmottenkooi of als begeleiding van acrobaten of goochelaars. Vaak werden kinderen ingezet voor het orgeldraaien. In die tijd bestond er nog geen leerplicht!

Vooral in Duitsland werd het draaiorgel vaak gebruikt als begeleiding van straatzangers; ook in Nederland kwam dit vaak voor. Omdat op de cilinder meestal acht korte stukken waren genoteerd waren vooral liederen met veel coupletten en refreinen zeer geliefd; de cilinder werd zo vaak doorgedraaid als het nummer duurde. De tekst, verlucht met soms nogal “realistische” plaatjes, was op grote lappen stof geschilderd. Vanwege de droevige inhoud van de liederen werden deze lappen hier te lande wel aangeduid als “smartlap”. Nog later ging deze naam over op de liederen zelf.