Kring van Draaiorgelvrienden

Toen in de rijke en zuinige Nederlanden de eerste klokkenspelen in de torens verschenen bleek al spoedig dat het inhuren van een klokkenist de stad veel geld kostte. Bovendien waren de arbeidsomstandigheden boven in een koude, winderige toren niet optimaal te noemen.
De oplossing van dit probleem lag in het automatisch torencarillon. Aan iedere klok werden een of meer hamers bevestigd, die via ijzeren draden verbonden waren met een stel toetsen, Deze werden opgelicht door ijzeren nokken die in een grote ijzeren trommel werden geschroefd. Liet men deze trommel ronddraaien dan speelde het carillon automatisch; meestal voorafgaande aan de uurslag van het torenuurwerk, vaak ook ieder kwartier een kort stuk.

Veel torencarillons in de Nederlanden worden nog steeds op deze manier automatisch bespeeld.