Kring van Draaiorgelvrienden

De familie Limonaire kwam oorspronkelijk uit het Baskenland. Antoine Limonaire begon in de 19e eeuw in Parijs met het vervaardigen en repareren van piano’s. Zijn zonen, de gebroeders Camille en Eugène Limonaire, waren daarna actief onder de naam Limonaire Frères. Het bedrijf maakte voornamelijk kermisattracties, onder meer fietsmolens, waarbij de inzittenden zelf de molen in beweging brachten. Nadat zij de orgelbouwer Anciaume in dienst hadden genomen begon het bedrijf rond 1900 met het bouwen van orgels voor danszalen en kermissen. Het meest verkochte model was het type met 35 toetsen. In Nederland zijn de modellen met 48, 52 en 56 toetsen het meest bekend. Voor de eerste wereldoorlog van 1914 werden honderden orgels van dit type in Nederland geïmporteerd. Ze waren bij de luisteraars bekend om hun lieflijke klank en het register Voix Humaine (menschelyke stem), die op straat beter uitkwamen dan de meer voor de kermis geschikte Gavioli- en Gasparini-orgels. Toch hebben ook vele van deze “Orchestrophones” in kermisattracties dienst gedaan.

Rond 1912 nam Limonaire de firma Gavioli over, die toen in grote financiële moeilijkheden verkeerde. Hierdoor kwam ook het Gavioli-filiaal in Waldkirch in handen van de firma tot de verkoop in 1918. De productie van orgels in Parijs is vermoedelijk rond 1930 gestopt.

Vrijwel alle Limonaire-orgels in Nederland werden in de jaren ’20 en ’30 verbouwd. Vooral Carl Frei in Breda verrichtte vele van deze verbouwingen, waarbij de meeste soloregisters uit de orgels werden verwijderd. Zij werden vervangen door het zo kenmerkende bourdon céleste-register.

De 48-56- toets gamma van Limonaire is vandaag de dag nog steeds de standaard voor kleinere straatorgels in Nederland.