Kring van Draaiorgelvrienden

Eigenaar: Familie Vader – Kolhorn

Het orgel werd in 1908 gebouwd voor de Duitse kermisreiziger Kling, die het jaren lang gebruikte in zijn reizende bioscoopshow. Na de Eerste Wereldoorlog werd het orgel via via verkocht aan de heer Ericsson in Stockholm, Zweden. Ericsson bestelde nogal wat speciale muziek bij de Ruth-fabriek. Deze typisch Zweedse titels zijn uniek voor het repertoire, omdat dit het enige orgel van het type 38 in Zweden bleef.

In 1992 werd het orgel, dat inmiddels in nog heel behoorlijke staat in een Zweeds pretpark stond, verworven door de Zwitserse kermisexploitant Romy Maier uit Diepoldsau. Deze liet het orgel repareren door Fredy K├╝nzle in Liechtensteig, waarna het instrument met zeer veel succes werd gepresenteerd op het Waldkircher Orgelfest in 1993. Nadat de heer Maier het orgel op vele plaatsen in Duitsland en Zwitserland had gepresenteerd besloot hij het in 1999 toch te verkopen. De heer Bram Vader uit Kolhorn werd de gelukkige eigenaar. Het orgel werd nagezien door Stefan Fleck uit Waldkirch en maakte begin januari 2000 zijn eerste opwachting bij de Nederlandse draaiorgelliefhebbers met een uniek millenniumconcert.

Het model 38.

Het model 38 was het grootste reguliere model van Ruth. Voor zover bekend werden er tussen 1903 en 1924 minstens 23 orgels van dit type gebouwd. Vergeleken met andere modellen was dit weliswaar niet veel, maar bedacht moet worden dat deze orgels waren bedoeld voor de grootste en duurste kermisattracties als reizende bioscopen en grote carrousels.

Het model 38 heeft 96 toongaten in het klavier. Ruth ontwierp voor dit model een gamma dat het mogelijk zou maken om het orgel in tenminste 8 toonsoorten te laten spelen door het basoctaaf te bezetten met C-D-E-F-F#-G-G#-A-Bb-B en ook het trompettenkoor van c0 tot en met c2 bijna geheel chromatisch uit te voeren, met uitzondering van de laagste en weinig gebruikte c# en d#. Bovendien beschikt het model 38 niet alleen over het bekende vioolregister, maar ook over een register week klinkende fluiten, die ook ocarina en later Klarinette werden genoemd.

2 x 10 bassen: C-D-E-chromatisch tot en met B; 10 tuba’s: C-D-E-chromatisch tot en met B;
2 x 12 begeleidingspijpen cN chromatisch tot en met bN;
9 altviolen c1 tot en met g#1;
23 melodie (viool of ocarina) a1 tot en met g’#;
23 tegenmelodie-trompetten cN-dN-eN chromatisch tot en met c#.

De begeleidings- en melodiesectie kunnen worden versterkt door het register “forte”, dat in deze secties 3 extra rijen pijpen inschakelt. Deze pijpen zijn gestemd als boventonen en geven het orgel in forte het kenmerkende stralende geluid.

Voorts beschikt het model 38 over een metallofoon op de melodiesectie en slagwerk (roertrom, bastrom en bekken).