| In 1935 werd het orgel verkocht aan de orgelverhuurder
Diepstraten te Rotterdam, die het in eigen beheer liet ombouwen tot straatorgel. Carl Frei
leverde o.a. een nieuw viool-céleste-register voor in de rechter zijnis. Het
boekenklavier werd van de zijkant verplaatst naar binnen de kast; daarvoor moest er binnen
nogal wat pijpwerk worden verwijderd en verplaatst. In deze toestand speelde het
instrument tot de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam.
Na de oorlog kwam het orgel in bezit
van de gebroeders Tom, die ermee in Gouda speelden. Vanaf 1962 was het orgel eigendom van
fam. W. Roodbol te Schiedam, die in 1963 door de firma Carl Frei in Waldkirch liet
reviseren. Het orgel bleef daarna steeds te Gouda spelen.
Het is sinds 1992 één van de
beschermde cultuurmonumenten volgens de wet op het behoud van cultuurbezit.
Na een een algehele restauratie door A.
Vergeer speelt het orgel sinds 2007 weer als vanouds.
Bezetting:
Melodie:
23 tonen g-d'''-e'''-f".
Viool 8', drie rijen
in middenkast.
Bourdon céleste 8',
twee rijen
Viool céleste 8',
twee rijen in zijkast. De hoge d# mankeert; dit register heeft dus slechts 22 tonen.
Carillon 8' gedekt en
2' open (metaal)
(Het oorspronkelijke
register piston 16', dat op het dak van het orgel stond, werd in 1935 verwijderd.)
Tegenzang:
17 tonen gº-aº-c"
Unda Maris 8', twee
rijen in middenkast
Cello grave 16' en 8',
in beide zijkasten
Flûte Harmonique 4'
in de buik
(In 1935 werd ook het
tegenzangregister bariton 8' uit het orgel verwijderd.)
Begeleiding:
17 tonen cº-dº-eº-fº-f# Gedekt 8' en 4'. De lage tonen c# en d# werden in 1935
verwijderd.'
Bas 8
tonen G-A-Bes-B-c-d-e-f Gedekt 16' en 8''
8 trombones
G-A-Bes-B-C-D-E-F op register. (C is de laagste toon)
Grote trom met
bekkenslag, kleine trom. Oorspronkelijk werkten bekken en grote trom onafhankelijk. De
jazzblokjes en triangel werden in 1935 verwijderd.
foto: KDV |